search clock hat location star arrow-right right-item tools kalender opleiding download play link phone mail calendar

Binnenklimaat

Inspectie proof

Een goed ingerichte werkplek is belangrijk om gezond en plezierig te kunnen werken. Welke regels gelden er voor het binnenklimaat?

  • Bij zittend werk moet de temperatuur tussen 19 en 27°C liggen.
  • Bij staand werk moet de temperatuur tussen 15 en 26°C liggen.
  • Grote temperatuurverschillen (meer dan 4°C) moeten zoveel mogelijk worden beperkt.
  • In kantoren moet per persoon minstens 30 m3 verse lucht per uur worden aangevoerd. In schoollokalen is dat 20 m3, in overige ruimten met lichte arbeid 25 m3.
  • De luchtkwaliteit moet in orde zijn. Droge, natte of verontreinigde lucht kan zorgen voor gezondheidsklachten. Met een klimaatsysteem kan de lucht worden gezuiverd, verwarmd, gekoeld of bevochtigd.

Overige tips:

  • Het is prettig als je de temperatuur zelf kunt beïnvloeden, bijvoorbeeld met een airco of door een raam open te zetten. Bij onenigheid over de gewenste temperatuur kun je overwegen om de airco op een vaste, gemiddelde temperatuur in te stellen.
  • Betrek het binnenklimaat altijd bij de besluitvorming als een pand wordt verbouwd, de bezetting verandert of ruimten worden samengevoegd. Het kan dan het zijn dat het oorspronkelijke klimaatsysteem niet meer voldoet.
  • Breng klachten over het klimaat in kaart door een register aan te leggen. Wanneer zijn er klachten, waar komen ze vandaan, wie dient ze in? Als aard en omvang van het probleem nog steeds onduidelijk zijn, kun je een klimaatonderzoek laten doen.
  • Onderhoud het klimaatsysteem. Als filters te laat worden vervangen, krijgen schimmels een kans en neemt de werking van het systeem af. Maak het klimaatsysteem ook regelmatig schoon. Als er in een gebouw veel klachten zijn over griep en verkoudenheid, kan dit duiden op een verontreinigd klimaatsysteem. Laat eventueel monsters nemen om zekerheid te krijgen.
  • Voorkom tocht, bijvoorbeeld door naden en kieren af te dichten of een zogenaamde luchtsluis bij de toegangsdeur te plaatsen.
  • Voorkomen 'koudeval' (een koude luchtstroom bij stalen kozijnen of enkel glas) door isolatie aan te brengen of voorzetramen of dubbele beglazing te plaatsen.
  • Kijk goed naar de positie van inblaasopeningen. In gebouwen met een mechanisch ventilatiesysteem kan de luchtstroom uit de inblaasopeningen voor hinder zorgen.
  • Beperk warmteopbouw door buitenwering aan te brengen. Het aanbrengen van binnenwering (gordijnen, lamellen, vitrage) heeft geen zin, want de warmte is al binnen.

Meer weten?

In de Risicomonitor vind je een aantal vragen over het binnenklimaat.

In het arbeidsmarktplatform Jeugdzorg werkt! werken de volgende partijen samen: